Ter beschikking stellen van de wetenschap
Jouw lichaam doneren om onderzoek te ondersteunen
Belangrijk om te weten
Niet met donorcodicil te regelen
Geregeld door universiteiten
Weinig tijd voor afscheid
De moderne wetenschap heeft nog altijd behoefte aan menselijke lichamen. Op vrijwillige basis kun je je lichaam na je overlijden ter beschikking stellen aan de wetenschap.
Het is een misverstand dat deze vorm van terbeschikkingstelling kan worden geregeld met een donorcodicil. In een donorcodicil kun je alleen vastleggen dat bruikbare organen na je overlijden mogen worden gebruikt voor transplantatie.
Terbeschikkingstelling aan de wetenschap is iets anders dan sectie en obductie. Daarbij onderzoekt een patholoog organen om de doodsoorzaak vast te stellen of om medisch handelen te controleren. Voor sectie of obductie vraagt een arts altijd toestemming aan de nabestaanden en legt hij uit hoe uitgebreid het onderzoek zal zijn. Eén van de nabestaanden moet hiervoor een toestemmingsformulier ondertekenen.
Zelf regelen
Wil je je lichaam na je overlijden ter beschikking stellen aan de wetenschap, dan moet je dit tijdens je leven zelf regelen. Je neemt hiervoor contact op met één van de anatomische instituten die zijn verbonden aan Nederlandse universiteiten en bevoegd zijn om lichamen aan te nemen. De voorwaarden verschillen per universiteit.
Geen enkele universiteit kan vooraf garanderen dat je lichaam na overlijden ook daadwerkelijk wordt geaccepteerd.
Op www.lichaamsdonatie.info vind je een overzicht van de anatomische instituten waar je je lichaam kunt doneren. Neem contact op met het instituut van jouw keuze om te informeren naar de mogelijkheden en voorwaarden.
Geen garantie acceptatie lichaam
Met de keuze voor terbeschikkingstelling aan de wetenschap is de vraag of je begraven of gecremeerd wilt worden niet automatisch opgelost. Of een lichaam wordt geaccepteerd, hangt af van de wetenschappelijke behoefte op het moment van overlijden. Jaarlijks zijn er ongeveer 500 lichamen nodig en er kan sprake zijn van een overschot.
Daarnaast kunnen universiteiten en ziekenhuizen een lichaam weigeren op basis van de doodsoorzaak, bijvoorbeeld bij:
- een zeer hoge leeftijd
- kanker
- besmettelijke ziekten
- een ongeval waarbij het lichaam ernstig is beschadigd
Weinig tijd voor afscheid
In de praktijk is er weinig tijd om afscheid te nemen. Medische faculteiten willen het lichaam meestal binnen 24 uur conserveren. Vaak wordt het geconserveerde lichaam pas veel later daadwerkelijk gebruikt voor onderzoek. Wettelijk is vastgelegd dat onderzoek nooit binnen 36 uur na overlijden mag beginnen.
Over wat er na ontleding met je stoffelijke resten gebeurt (dit kan geruime tijd na je overlijden zijn), moet je duidelijke afspraken maken met de betreffende universiteit. Meestal worden gedoneerde lichamen anoniem begraven of gecremeerd. Aan lichaamsdonatie zijn geen financiële consequenties verbonden.
Wanneer je je lichaam ter beschikking wilt stellen aan de wetenschap, moet je dit expliciet en schriftelijk vastleggen in een testament of een codicil. Daarnaast vul je een formulier in van de medische faculteit en moet één van je nabestaanden schriftelijk bevestigen dat hij of zij op de hoogte is van jouw wens.
Verschil tussen orgaandonatie en lichaamsdonatie
Bij orgaan- of weefseldonatie wordt alleen het orgaan of weefsel uitgenomen dat geschikt is voor transplantatie. Daarna krijgen de nabestaanden het lichaam terug, zodat zij de overledene kunnen laten begraven of cremeren.
Bij lichaamsdonatie heeft iemand tijdens zijn leven toestemming gegeven om het volledige lichaam na overlijden af te staan aan de medische wetenschap. Nabestaanden krijgen het lichaam dan niet meer terug en kunnen de overledene dus niet zelf laten begraven of cremeren.